Gerda Habes schrijft column ‘Uit het leven’ over kleinkinderen

Opa Siep heeft vier kinderen en tien kleinkinderen. De leeftijden van de kleinkinderen liggen tussen de vijftien en vier jaar. Opa Siep is erg gek op ze. Graag speelt hij spelletjes met ze, gaat met ze op de fiets naar een leuke picknickplaats of speeltuin en overlaadt ze graag met zijn grappen.

‘De jeugd houdt je jong’ en ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst,’ zijn regelmatig gebruikte uitspraken van hem. Hij is in iedereen geïnteresseerd en luistert graag naar hun verhalen.

Een van de kinderen, Els, vraagt zich af of de kleinsten wel mee moeten naar de uitvaart. Graag wil ze hen dit verdriet besparen. Daarbij is ze bang dat ze te onrustig zullen zijn.

Ik vertel Els mijn visie. De kinderen zien het verdriet om opa van hun ouders. Dat is niet erg. Je kunt hen erin meenemen en hen uitleggen waarom zij verdrietig zijn. Als kinderen niet wordt verteld wat er gaande is, gaan zij hun eigen verhaal maken. Dat is altijd erger dan de werkelijkheid.

Daarbij is opa zo gek op de kleinkinderen, dat hij er vast geen moeite mee zou hebben als een van hen tussendoor iets zou zeggen, of even een rondje zou lopen. Hij had het vast grappig gevonden. Het verhaal moet even bezinken, maar op de dag van de uitvaart staan alle kleinkinderen in hun mooiste kleren klaar voor de uitvaart.

De jongsten hebben een knuffel en een boekje bij zich om zich te vermaken. Het blijkt niet nodig te zijn. Vol aandacht volgen ze alles wat er gebeurt en hebben zelf ook een rol, ze mogen een kaars aansteken voor opa. De twee oudste kleinkinderen vertellen herinneringen. Het is een prachtig geheel en een ode aan opa Siep. Toch duurt het de jongste, de kleine Sam, net iets aan de lange kant. Net voor het laatste muziekstuk wordt ingezet staat Sam op en zegt met zijn lieve stemmetje: ‘Mama, is het nu klaar, ik heb zin in iets lekkers!’

Iedereen lacht en dat zou opa Siep zeker ook hebben gedaan. Een luchtig slot, een mooi teken dat de beslissing goed is geweest.