Column Gerda Habes: ‘Het is geen pantyweer’

Het is warm, heel warm. De mussen vallen spreekwoordelijk van het dak. Alleen in de schaduw, of bij een airco is het nog enigszins goed toeven.

Dan gaat de telefoon. Erik de Wit vertelt dat zijn vader is overleden. Het is twee jaar geleden dat ik de uitvaart van zijn moeder heb begeleid. Ik weet het nog goed. Het was toen net zo’n warme periode als het nu is.

Als ik bij de familie buiten, onder de parasol, in de tuin zit, vertelt Erik over de laatste periode van vader. Hij eindigt met de woorden dat de uitvaart net zoals twee jaar geleden moet. Met een lachend gezicht voegt hij eraan toe: ’Inclusief je panty’. Ik kijk hem niet begrijpend aan en hij licht toe: ‘Na de uitvaart van moeder stonden wij als familie buiten nog wat na te praten, in de beschutting van een boom. Jij had binnen nog wat zaken te regelen. Toen je even later naar je auto liep om naar huis te gaan, zagen we je lopen. Jij zag ons niet. Voordat je je auto in stapte, ontdeed je je van je panty, die was veel te warm. Het was een mooi gezicht en we hebben er smakelijk om gelachen. Door dit voorval wordt er bij ons met warm weer tegen elkaar gezegd: ‘Pfoe wat is het warm, het is geen pantyweer!’

Ik moet er om lachen en herinner me weer dat ik inderdaad op de parkeerplaats snel mijn panty uittrok, voor ik wegreed.

Op de ochtend voor de uitvaart van meneer De Wit, sta ik weer voor mijn kast. Ook vandaag is het weer bloedheet. Even twijfel ik: ‘Doe ik vandaag panty’s aan of niet’. Onlangs heb ik het bij een uitvaart niet gedaan en het voelde niet goed. Ik besluit, hoe warm het ook is, mij in mijn 15 dernier te hijsen. Ook al hoeft het niet voor de familie, ik voel me er beter bij. Tenminste, niet wat warmte betreft, maar wel in mijn gemoedstoestand. Ook de begraafplaatsbeheerder doorstaat de hitte in zijn donkere kostuum, dus ik met mijn panty aan.

Gerda Habes schrijft in de Staphorster tweewekelijks een column uit het leven van een uitvaartbegeleider. Met de verhalen uit het leven van nabestaanden waarvan een dierbare uit het leven is. Voor plaatsing is toestemming door de familie gegeven. De namen zijn gefingeerd.