Voor het eerst sinds bijna een jaar matige vorst gemeten

Regio - Voor het eerst deze winter is de temperatuur op een officieel meetpunt gedaald tot beneden -5 graden. De laatste keer dat het ergens in ons land matig vroor was op 31 januari 2019 in het zuidoosten en uiterste noordoosten. In Nieuw Beerta (Oost-Groningen) werd het toen -9,0 graden.

In Maastricht werd het vannacht  -5,1 graden. Daarmee is de eerste lokale matige vorst een feit. Dat meldt weeronline.nl

Vorig winterseizoen (2018-2019) kwam het op 24 november voor het eerst tot lokale matige vorst. In Leeuwarden daalde de temperatuur naar -5,6 graden. In 2017 dook de temperatuur precies bij de start van de meteorologische winter onder -5 graden. Op 1 december daalde het kwik laat in de avond op het KNMI-weerstation van Gilze-Rijen naar -5,1 graden. De minimumtemperatuur kwam uiteindelijk uit op -5,6 graden.

Dat de temperatuur vandaag lokaal voor het eerst dit seizoen onder -5 graden daalde is later dan gebruikelijk. Normaal vriest het eind november of begin december voor het eerst matig.

Toch kan het in Nederland nog veel eerder matig vriezen. Het vroegterecord staat op 7 oktober 1912. In Winterswijk werd die dag een minimumtemperatuur van -5,7 graden gemeten. Er is nog nooit een winterseizoen geweest waarin het nergens matig vroor.

Gemiddeld komt het in het oosten en noordoosten jaarlijks op zeventien tot negentien dagen tot matige vorst en in het midden en oosten dertien keer. In het westen wijzen de thermometers normaal op zeven tot tien dagen een temperatuur van -5,1 graden of lager aan. In Vlissingen komt matige vorst het minst vaak voor. Vanwege de invloed van de zee vriest het daar slechts op drie dagen matig.