Jimmy van Oijen is nu officieel wijkagent in Staphorst

Staphorst Staphorst heeft sinds kort een nieuwe wijkagent. Dat wil zeggen, Jimmy van Oijen (26) is officieel benoemd tot wijkagent. Nieuw is hij zeker niet in het gebied Staphorst, want sinds hij in 2011 begon met zijn opleiding tot politieagent is hij werkzaam in de regio Staphorst. De afgelopen twee jaar volgde hij een leerwerktraject voor wijkagent, ook in Staphorst.

Wat is het verschil tussen een ‘gewone’ agent en een wijkagent?

„Iedere agent heeft een nevenfunctie, zoals verkeer of jeugd, maar voor wijkagent moet je wel echt solliciteren. Ik ben nu ook bevorderd tot brigadier. Als wijkagent draai ik nog steeds gewoon noodhulpdiensten, het verschil is dat ik er echt ben voor mensen thuis. Een wijkagent is het gezicht in de wijk en komt vaak in beeld bij bijvoorbeeld burenruzies of problemen in gezinnen. Als wijkagent ga je vaak in overleg met de gemeente en hulpverleningsinstanties.”

Wat spreekt je zo aan in de functie van wijkagent?

„Ik vind het prettig dat ik naast brandjes blussen, zorgen voor tijdelijke oplossingen dus, als wijkagent verder kan helpen en goede sturing kan aangeven. Niet iedereen kan geholpen worden natuurlijk, maar je wilt er als politie wel voor zorgen dat een buurt leefbaar blijft en daar werk je als wijkagent voor.”

Je bent 26 jaar, dat is toch best jong voor een wijkagent?

„Ja, dat klopt, ik ken weinig wijkagenten die zo jong zijn. Maar ik denk dan ‘goed genoeg is oud genoeg’. Al tijdens de opleiding werd gezegd dat ik een typische wijkagent was, ik ben echt een mensenmens. Ik vind het belangrijk om hulp te bieden en ik vind het ook leuk me ergens in vast te bijten. Ik hoor ook veel positieve geluiden van mensen uit de gemeente.”

Hoe zorg je ervoor dat je als wijkagent een bekend gezicht wordt voor de mensen in de gemeente Staphorst?

„Ik ben erg actief op social media, dat helpt mee. En ik rijd rond en kom bij mensen thuis, ik word steeds herkenbaarder als wijkagent. Veel jongeren kennen me ook. Ik ben jeugdagent geweest in dit gebied en heb veel voorlichting gegeven aan jongeren. Het is echter ook zo dat veel mensen denken ‘ik ken de wijkagent en daarom klop ik maar bij hem aan’, terwijl dat niet altijd nodig is. We werken als team in het gebied Steenwijkerland en Staphorst en we hebben in het gebied Staphorst een vaste groep agenten. Deze collega’s kunnen veel dingen ook wel oppakken. Uiteindelijk is het gewoon politiewerk en kan iedereen het oplossen of aan mij doorverwijzen.”

Hoe valt Staphorst te omschrijven? Heeft de politie het er druk of is het een rustig gebied?

„Staphorst is geen grote stad natuurlijk, maar er gebeurt toch meer dan de meeste mensen denken. Dat merken we ook nu we actief zijn op social media en meer zaken delen. We horen regelmatig een opmerking als ‘ik wist niet dat dat ook in Staphorst gebeurt.”

Wat zijn op dit moment de speerpunten?

„Verkeer is een van de belangrijkste speerpunten. Verkeer gaat niet alleen om bonnen uitdelen voor te hard rijden. Het gaat ook om drugsvervoer of criminelen die zich verplaatsen in de auto. We hebben de A28 en de A32 met veel verkeersbewegingen. Een stukje verkeersveiligheid staat altijd op de agenda in Staphorst. Daarnaast pakken we op wat op dat moment actueel is.”

Politie Staphorst is actief op Facebook, zelf ben je als wijkagent actief op Instagram. Werkt dat goed?

„Mensen ervaren het als positief, het zorgt voor wat bekendheid van het politiewerk en binding met mensen. Ik merk ook dat de mensen via social media sneller dingen melden. De drempel is een stuk verlaagd. Je kunt reageren op een bericht, een persoonlijk bericht sturen, maar ook chatten. Je moet er dan wel rekening mee houden dat politiemensen die op dat moment de webcare verzorgen niet uit het gebied zelf hoeven te komen. Dat wordt opgepakt vanuit een grotere regio.”

Heb je nog een oproep aan de Staphorsters?

„Ja, het is belangrijk dat de meldingsbereidheid bij mensen omhoog gaat. We horen te vaak dat mensen achteraf zeggen ‘ik wilde de politie er eigenlijk niet voor bellen’. Mensen kunnen veel sneller de politie bellen als ze iets verdachts zien of iets niet vertrouwen. We komen liever 10 keer voor niks, dan 10 keer te laat. In dorpen wordt veel sneller onderling iets opgepakt en opgelost, maar zo blijft ook veel onbekend voor de politie. De politie heeft meldingen nodig, we zijn er alleen maar blij mee.”