Helga Schuurman: „Podologie blijft handwerk”

Nieuwleusen „Onze voeten zijn onze basis. Ze ondersteunen ons. Soms hebben ze echter ook zelf een steuntje nodig. Dan zijn ze hol of juist bol en veroorzaken ze voet- of houdingsklachten. Steunzolen bieden dan vaak een oplossing”, zegt Helga Schuurman. Ze is podoloog en maakt de zolen zelf in haar winkel annex schoenmakerij in Nieuwleusen.

„Steunzolen maken is knutselen voor volwassenen”, lacht Helga. Iedere keer opnieuw is het aanmeten, tekenen, knippen, plakken en afwerken een creatieve bezigheid waar ze veel plezier aan beleeft. En is er weer iets af, dan is ze soms zo blij met het eindresultaat dat ze het deelt via een foto op Facebook. Kijk, zegt ze, terwijl ze haar telefoon pakt, „laatst moest ik voor een klant een zool maken van 5,5 cm. Mooi geworden hè?”

Houdingsklachten

Of het nu een zool voor onder de schoen of een steunzool voor erin is, dat maakt voor Helga in feite niet zoveel uit. Het is namelijk niet alleen het knutselen dat ze leuk vindt, het is vooral ook dat ze „mensen helpt bij wat zij als een ongemak of probleem ervaren”. Haar klanten hebben namelijk vaak lichamelijke klachten. Last van knie of rug, door een verkeerde stand van de voeten. Of voetklachten zoals een holle voet, een doorgezakte voorvoet, branderige tenen of diabetesvoeten. „Het geeft mij een goed gevoel als ik later hoor hoeveel gemak ze van hun zolen hebben.” Helga deed begin jaren negentig de opleiding tot registerpodoloog en sindsdien voorzag ze honderden mensen van steun onder hun voeten.

Handwerk

Noem dat wat ze doet gerust een „ambachtelijk stukje handwerk”, zegt Helga. Ook nu de eerste stap in het maakproces is gedigitaliseerd. „Vroeger – dat wil zeggen – tot zo’n jaar geleden, begon ik altijd met een voetafdruk op een rubber plaatje. Daar smeerde ik inkt onder, ik legde het op een vel papier, de klant ging erop staan en ik had een blauwdruk van zijn voeten. Letterlijk. Hoe donkerder de blauwe plekken, hoe groter de druk.” Nu staat de klant nog steeds op een plaat, maar dan op één die verbonden is met een computer. Helga wijst naar de gele, groene en rode vlekken die samen een voet vormen op het beeldscherm dat middenin haar winkel staat. „Op dit plaatje kun je de drukverdeling van de voet veel nauwkeuriger zien, als je wilt zelfs op elk puntje van de voet.” Handig dus die extra informatie, zegt ze, maar het verandert niet veel aan het feitelijke maakproces.

„Na de afdruk maak ik nog steeds een bouwtekening. Dan kijk ik naar de vorm van de voet, naar waar de steungevende elementen moeten komen, welk materiaal erin moet en de gewenste dikte.” Tijdens haar opleiding leerde ze dat daar vaste getallen voor zijn – zoveel millimeter bij een holle voet, zoveel bij een platte. In de praktijk leerde ze wat die dikte écht moet zijn, „geen enkele voet is immers standaard.” Na het tekenen trekt Helga zich het liefst een uurtje terug in haar schoenmakerij achter in de winkel. Ze zoekt de benodigde materialen bij elkaar en begint te knippen en plakken. „Door de jaren heen heb ik daar wel zoveel handigheid in gekregen, dat het dan ook zo weer klaar is.”