CDA Staphorst: ‘Wensenlijst openbaar vervoer is een wassen neus’

Staphorst Het feit dat gemeenten jaarlijks een wensenlijstje kunnen indienen om het openbaar vervoer te verbeteren, is een wassen neus. Dat vindt het CDA in Staphorst.

De lokale politiek en de Jongerenraad in Staphorst hadden vervoerder Keolis gevraagd een aantal verbeteringen door te voeren voor buslijn 40. Keolis weigert en dus slaat die vermeende inspraak volgens het CDA nergens op. Dat schrijft de partij op zijn website. Busvervoerder Keolis heeft de wensen van zowel de politiek als de plaatselijke Jongerenraad voor verbetering van Lijn 40 naast zich neergelegd. De provincie is verantwoordelijk en gemeenten kunnen jaarlijks wensen indienen. „Zal het antwoord volgend jaar anders zijn?”, vraagt het CDA zich vertwijfeld af.

Stagiairs

De Jongerenraad wil graag haltes van buslijn 40 op de bedrijventerreinen, maar volgens Keolis stappen hier vooral stagiairs uit. Belachtelijk vindt het CDA dit antwoord. „Ja, die brengen misschien niet het meeste geld in het laatje, maar is wel een belangrijke doelgroep voor de bus. Slecht argument Keolis!”

De CDA-fractie heeft ook geopperd te kijken naar de verdeling van de verschillende bushaltes. „Nu zijn er veel haltes op dichte afstand van elkaar, door enkele te schrappen komt er ruimte (tijd) voor een extra halte op of dicht in de buurt van een bedrijventerrein. Door goed te kijken naar de route, is er wel degelijk tijdwinst te halen waardoor beter op de behoeftes kan worden ingespeeld. Dit had in elk geval bij Keolis op de agenda gezet moeten worden.”

Bedrijventerrein

Het CDA heeft in maart 2019 ook met reizigers en instanties gesproken over wensen en behoeften. Verschillende ondernemers benadrukten het belang van een bushalte op het bedrijventerrein en een goede aansluiting van de bus op de trein. „Opmerkelijk was dat iedereen onafhankelijk van elkaar het erg belangrijk zegt te vinden dat bussen eerder moeten vertrekken en net iets langer door moeten rijden. Studenten en personeel kunnen dan wel op tijd op hun stageplek of werk komen. En het ontlast de overvolle bussen in de spits.”