Duivenmelker Bert Bloemert wint wél met 'zijn' Primos Roglic

Staphorst - Bert Bloemert uit Staphorst heeft met zijn jonge duif Primos Roglic, nummer 190, dit jaar een meer dan uitstekende prestatie geleverd. De naar de Sloveense topwielrenner vernoemde vogel kwam namelijk in het overall-klassement wél als winnaar uit de bus.

Bloemert is hier bijzonder in zijn nopjes mee, maar maakt zich tegelijkertijd zorgen over de toekomst van de duivensport. Het aantal duivenmelkers wordt steeds kleiner en dat geldt ook voor het aantal leden van zijn eigen vereniging De Streekvliegers in Staphorst. Deze behoort tot de grootste duivenverenigingen van ons land.

Voortbestaan

Bert Bloemert is er de man niet naar om zichzelf op de borst te kloppen. Hij is een liefhebber pur sang en vindt het natuurlijk wel geweldig dat een van zijn duiven zo goed heeft gepresteerd. Hij maakt zich echter niet alleen druk om zijn eigen duiven, maar vooral ook om het voortbestaan van de duivensport.

Er werden dit jaar bijna een miljoen ringen aan jonge duiven uitgegeven en als je daar dan de beste van bent is dat natuurlijk geweldig, maar Bert Bloemert wil méér dan dat: „In de volksmond komt de duivensport er soms niet zo positief van af. Dat is heel jammer, want het is een prachtige hobby. Zeker in deze tijd van al die coronabeperkingen kan het een geweldige uitlaatklep zijn. Het is toch geweldig om achter je huis een hok met duiven te hebben, die te verzorgen en er eventueel wedstrijden mee te vliegen? Het is ongelooflijk spannend om op een wedstrijddag bij je hok te zitten wachten op de duiven die honderden kilometers verderop zijn gelost. Ik ken zelf mensen die er nu enorm veel spijt van hebben dat ze de afgelopen jaren gestopt zijn met hun hobby. Ik zeg dan altijd, dat het nooit te laat is om weer te beginnen.”

Duivenvirus

Het overkwam Bloemert zélf ook. Op z’n twaalfde werd hij besmet met het duivenvirus. „Ja, een veel gezonder virus dan we vandaag de dag meemaken. Toen ik in militaire dienst moest en aan het werk ging, ben ik ermee gestopt. Had er, vond ik, te weinig tijd voor. Maar ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dat was bij mij ook zo. In 2010 vroeg mijn buurman of ik in zijn vakantie op z’n duiven wilde passen. Een jaar later ben ik zelf weer helemaal opnieuw begonnen. Ik heb een hok achter het huis gemaakt en vanaf toen ben ik weer heel fanatiek met de duiven bezig. Ik werd lid van de vereniging en zit nu zelfs in het bestuur.”

Bert Bloemert vertelt enthousiast over de aantallen duiven die hij heeft en dat hij ze voor wedstrijden selecteert. „In het vliegseizoen heb ik zo’n honderd duiven. Dat breng ik later, door selectie, terug tot een stuk of zestig. De rest gaat weg. Ik zeg dat nu wel zo, maar dat is wel het meest lastige van de duivensport. Duiven wegdoen waaraan eigenlijk niets mankeert, is niet gemakkelijk. De andere kant is dat je niet ieder jaar maar meer duiven houdt, want dan moet je om de haverklap het hok uitbreiden.”

Bij De Streekvliegers in Staphorst zijn ze zich ervan bewust dat, wanneer ze de duivensport overeind willen houden, er wel iets moet gebeuren. Bert Bloemert is er zeker van dat de aandacht voor de jeugd verschrikkelijk belangrijk is. „We hadden twee jaar geleden denk ik zo’n tachtig leden, van wie er zestig actief met de wedstrijdsport bezig waren. Dat aantal loopt ieder jaar jammer genoeg terug. Er zijn natuurlijk leden die bijvoorbeeld vanwege hun leeftijd stoppen. De aanwas van onderuit is er te weinig. We hebben weleens een actie voor de jeugd gehouden. We gaven niet alleen voorlichting, maar ze kregen zelfs duiven en een hok. Het enige waar ze zélf voor moesten zorgen, was het voer en water. Dat heeft toen ook wel wat leden opgeleverd, maar zo’n actie is gewoon te duur om ieder jaar te doen. Ik denk dat we nu een stuk of tien jeugdleden hebben. Die kunnen altijd bij de oudere leden terecht voor advies en dat helpt ze wel vooruit.”

Meest constant

Nog even terug naar de prestaties van Primos, duif 190, van deze inwoner van Staphorst. Het bijzondere is namelijk dat Bloemert er in dit vliegseizoen geen enkele wedstrijd mee won. „Hij werd een keer derde, vierde, zesde, zeventiende en eenendertigste. Opvallend was dat bij die derde plaats de eerste en tweede plaats ook voor mijn duiven waren. Die presteerden in andere wedstrijden dan weer minder. Primos Roglic vloog dus het meest constant van allemaal, mooi toch.”