Roelof Compagner is nog dagelijks druk met WTC Staphorst-Rouveen: ‘De handen uit de mouwen steken’

Staphorst - Hij reed afgelopen zaterdag nog een voorzichtig rondje op zijn mountainbike. Toen hij even de benen stilhield om aan de rand van het Staphorster Bos een praatje te maken, viel het Roelof Compagner meteen op: om de paar minuten, van jong tot oud, heel veel groepjes mountainbikers.

„Het leek de meubelboulevard wel.” In de huidige ‘coronabubbel’ lijkt fietsen populairder dan ooit. Het kan, het mag en het is gezond. Een goede aanleiding om het verhaal op te tekenen over vijftien jaar Wieler Tour Club Staphorst-Rouveen, wat corona met deze inmiddels 56-jarige Staphorster heeft gedaan en over nog nooit geziene adders en overstekende dassen.

WTC Staphorst-Rouveen bestaat 15 jaar. Je hebt de vereniging in 2005 opgericht. Hoe ging dat toen in z’n werk?

„Ik had jaren gevoetbald en toen ik daarmee stopte, kocht ik een racefiets. Eerst fiets je alleen, maar je spreekt ook weleens af. Daar bleek méér behoefte aan te zijn. Vervolgens heb ik een keer op een vrijdagavond een bijeenkomst belegd in de voetbalkantine. Er kwamen zo’n twintig fietsers op af. Moeten we dan geen vereniging oprichten, was de vraag. De NFTU heeft ons daarmee geholpen. Voorwaarde voor mij was wel dat er minimaal 25 mensen zouden meedoen. Zo is WTC Staphorst-Rouveen opgericht. Overigens was het begin best wel lastig, want in Nieuwleusen was ook een fietsclub die zich richtte op Staphorst en Rouveen. Die communicatie liep niet echt lekker, maar in juni 2005 kregen we het dan toch voor elkaar. Aangezien ik de initiatiefnemer was, werd ik ook voorzitter. Dat heb ik bijna tien jaar gedaan. We groeiden heel snel, van 50 naar 200 leden. We hebben er nu bijna 300. Er zijn allerlei commissies, trouwe sponsors, maar het is minder omvangrijk dan bij een voetbalclub. Bij de vv Staphorst zit ik in de financiële commissie. Dat is een compleet bedrijf geworden, met veel meer geregel. Voorzitter zijn van een fietsclub is echt gemakkelijker dan het besturen van een voetbalclub.”

Je bent bijna 10 jaar voorzitter geweest. Nu ben je nog lid van de ‘MTB-onderhoudscommissie en beheer route’. Wat houdt dat in?

„Er was altijd al wel een MTB-route in het Staphorster Bos. Dat was de zogenaamde Vlot en Winters-route, vernoemd naar de toenmalige wielersportzaak uit de Wijk. Maar er gebeurde niet zo veel met die baan. Moeten we daar niet wat mee, dacht ik toen. En we: dat was ook bestuurslid Jouk Mussche. We zijn samen om de tafel gegaan met eigenaar Staatbosbeheer. Dat was in 2014. Boswachter Nico Arkes zei meteen van ‘We hebben geen geld.’ En ook de gemeente Staphorst deed niet veel aan het onderhoud. We hebben toen zelf de route de andere kant opgelegd. Daarnaast ging de lengte van 15 naar 25 kilometer. En er kwam een splitsing, zodat mountainbikers er ook voor konden kiezen om 17 kilometer te fietsen. We hebben heel veel onderhoud met de hand gedaan. Dat is het voordeel van de mensen hier: ze steken graag de handen uit de mouwen. Uiteindelijk hebben we in november 2016 de route officieel geopend.”

Maar toen bleek er iets met een vergunning te zijn?

„Er was in die tijd een eigenaar van een bed and breakfast die bezwaar maakte. Een deel van de route ging zijn kant op. We hebben daarom dat gedeelte afgesloten en wat verlegd. Ook zouden we adders doodrijden. Nou, ik heb in al die jaren op die route nog nooit een adder gezien. Zelf reed hij met een jeep rond en het bijzondere was ook dat hij op zijn website reclame maakte voor het mountainbiken in de omgeving. Wat bleek: er moest een omgevingsvergunning komen. Er verschenen allerlei vuistdikke onderzoeksrapporten en er werd af en toe ook gedreigd met rechtszaken. Uiteindelijk was die vergunning in maart van dit jaar pas rond. Meer dan drie jaar na de officiële opening. Maar nu zijn er weer allerlei voorwaarden verbonden aan het oversteken van de heidevelden. Eigenlijk moet er voor de adders een tunnel komen van twee meter breed, met aan weerskanten van het pad speciaal zwart folie. Daarover zijn we in gesprek met de ecologische boswachter. Daarnaast kregen we dit jaar een filmpje van een mountainbiker die ’s avonds, rond een uur of zeven, twee dassen had zien spelen. Je bent verplicht om zo’n 75 meter afstand te houden van een dassenburcht. We hebben op eigen initiatief alvast de route wat omgelegd en ik heb inmiddels een sponsor voor vijfhonderd palen. Maar ondertussen stikt het van de dassen in het bos. Ik vind dat we met z’n allen zuinig moeten zijn op de natuur. Daarom hebben we ook een gedragscode MTB op onze site staan en zijn we elk weekend wel in het bos te vinden, om de rotzooi op te ruimen. Maar als we voor elk wissewasje de boel moeten omspitten… dat kan niet de bedoeling zijn. Dat heeft ons ook al duizenden euro’s gekost. Staatbosbeheer blijft maar roepen dat het geen geld heeft en de gemeente is ook niet echt sportminded. Aan al dat onderhouden, aanpassen en verleggen zit wel een keer een limiet.”

Hoe kijk je in deze rare en roerige tijden vooruit?

„Nou, 2020 is niet mijn jaar. In juni werd ik aangereden toen ik op mijn racefiets zat en liep ik een vervelende beenblessure op. En ik heb corona gehad, met flink wat naweeën. Afgelopen weekend zat ik eindelijk weer eens op de mountainbike. Ik fietste wat op de verharde weg, maar toen ik thuiskwam leek het wel of ik een marathon achter de rug had. Wat de WTC betreft, ben ik onder meer bezig met Bert Krale, oud-wethouder en voorzitter van de wielervereniging Noordwesthoek, om voor de jeugd een MTB-baan aan te leggen. Midden in het dorp, met een lengte van zo’n anderhalve kilometer. Dat schiet echter nog niet heel erg op, want je hebt te maken met ambtelijke organisaties. Het duurt soms weken voordat je antwoord krijgt op een simpele vraag. Best lastig, want wij willen als vereniging inderdaad vooruit.”

Erik Riemens