Marc Houtzager kijkt met gemengde gevoelens terug op 2020

Rouveen - Het was voor topruiter Marc Houtzager uit Rouveen sportief gezien een succesvol 2020.

Met de 12-jarige merrie Sterrehof’s Dante won hij begin dit jaar de wereldbekerwedstrijd op Jumping Amsterdam en in augustus het NK springen in het Limburgse Kronenberg. Maar heel euforisch klinkt hij niet. „Het was het jaar van vooral heel weinig rijden. Al is winnen in Amsterdam, in een sterk deelnemersveld voor al dat publiek, natuurlijk wel heel mooi.”

Door de wereldbekerwinst in de Nederlandse hoofdstad kwalificeerde Houtzager zich voor de grote finale in Las Vegas, medio april. „Ik had al besloten om daar niet naartoe te gaan. De springpiste was vrij klein, daar vond ik Dante nog wat te onervaren voor. Verder werd de wedstrijd vrij laat gepland en paste deze zodoende ook niet zo in het buitenseizoen dat al van start was gegaan. In maart werd de finale alsnog afgelast.”

Een beetje toeval

Met Dante boekte de Rouvener begin augustus wederom succes. Hij werd Nederlands kampioen in het Limburgse land. Net in de periode dat er weer wat méér mocht. Het was voor Houtzager de tweede maal in zijn loopbaan dat hij de nationale titel veroverde. Dat lukte in 2017 ook al, toen met Sterrehof’s Calimero.

„Ik ging er dit jaar met weinig verwachtingen naartoe. Dat ik met Dante ging, was eigenlijk ook een beetje toeval. Calimero, mijn toppaard, was geblesseerd en in die tijd heb ik Dante opgetraind richting een grand prix. Dat ging bovenmatig goed. Dante was er op die manier helemaal klaar voor en heeft het waargemaakt. Calimero is inmiddels weer fit, maar die heb ik in de afgelopen periode niet gemist, zeg maar. Voor hem was de coronatijd eigenlijk wel goed. En ik moet eerlijk zeggen: de eerste coronagolf kwam mij eigenlijk ook niet verkeerd uit. Het betekende rust, minder reizen en eindelijk eens een weekendje thuis. We hebben hier op de manege zo’n twintig paarden staan, die elke dag hun beweging en verzorging nodig hebben. Dat betekent zeven dagen in de week aan het werk. Maar je mist toch al wel snel die drive en de wedstrijden. En net als wij missen de paarden ook hun ritme. Ze zijn toch gewend om wedstrijden te rijden en ongeveer twee keer per maand, als er normaal gesproken een concours is, competitief bezig te zijn. Onze paarden springen dan op hoog niveau. Nu voelen ze die druk niet en hebben ze een gebrek aan wedstrijdritme. Daar kun je thuis niet tegen trainen. Het is nu een kwestie van ze dressuurmatig onderhouden. Het is echt geen ramp hoor, als ze twee maanden rust hebben, maar ze moeten in deze coronatijd wel aan de gang blijven.”

Rouveen - Het was voor topruiter Marc Houtzager uit Rouveen sportief gezien een succesvol 2020.

Al geskipt

Houtzager nam in 2020 nog wel deel aan een aantal concoursen, waaronder dat in Saint-Tropez, maar veel en ver vooruitkijken doet hij niet. „Ik gok dat er in het eerste kwartaal van 2021 nog niet veel topconcoursen worden georganiseerd. Jumping Amsterdam in januari is al geskipt. De kleinere concoursen gaan hopelijk wel open, mogelijk ga ik daar springen. Ik hoop dit voorjaar naar Spanje te kunnen, om daar buiten een aantal paarden op te trainen.”

Volgend jaar zijn ook de Olympische Spelen in Tokyo. Wat is de status daarvan? „Tja, wat kan ik daar over zeggen? Niet veel. Ik weet ook niet meer dan dat ik lees of hoor. Het is allemaal moeilijk plannen zo. Ik hoop echt dat er snel een einde komt aan deze corona-ellende en dat we volgend jaar weer veel meer topwedstrijden kunnen rijden.”

In 2021 werkt Houtzager al weer zeventien jaar samen met Stoeterij Sterrehof in Nunspeet. Een samenwerking die de Rouvener zekerheid biedt: „Je moet het zo zien: Sterrehof is een soort sponsor en ondersteunt ons. Op deze manier kan ik mijn toppaarden blijven rijden voor de wat langere termijn. Het komt natuurlijk weleens voor dat er een paard verkocht wordt. De handel levert uiteindelijk geld op, maar het is en blijft een lange, risicovolle weg. Een écht toppaard, dat het allerhoogste niveau haalt en dus over de 1.60 meter springt, heb je niet zomaar. Je moet daar jaren mee trainen. Van de tien toppaarden haalt er misschien één dat niveau. Je moet het als ruiter niet hebben van de prijzengelden op de concoursen. De buitenwereld denkt van wel, omdat het om veel geld gaat. Maar ze zien die andere kant niet. De reis ernaartoe, het vervoer van twee tot drie paarden die je meeneemt, het verblijf, de kosten van je personeel en andere onkosten. Dat moet er allemaal van af. Van die concoursen kun je niet leven. Ik durf wel te stellen dat topsport op deze manier steeds moeilijker wordt.”